Zoek je een woning in Groningen, dan wordt het bijzonder lastig om die te vinden. De vraag ernaar is groot, het aanbod klein. Het leidt ertoe dat de prijzen stijgen, soms met duizenden euro’s tegelijk, dikwijls met tienduizenden euro’s. Komt een woning vrij, dan komt daar een stroom aan kijkers op af, die allen tegen elkaar op bieden. Grof overbieden door huizenkopers is de trend geworden. Vooral universiteitssteden als Groningen, maar ook Utrecht en Amsterdam hebben daar last van.

Door de hoge huizenprijzen is er een uittocht gaande naar de Ommelanden. Studenten, starters, ouderen, gezinnen en mensen die aangewezen zijn op sociale huurwoningen trekken weg. Er wordt in dit verband gewezen naar de gevolgen van de economische crisis van een poos terug, maar ook een andere trend speelt hierbij een rol, namelijk dat steeds meer mensen op zichzelf gaan wonen. In de meer individualistische samenleving kiezen steeds meer partners ervoor om niet bij elkaar te gaan wonen. Het gevolg is dat er meer huizen beschikbaar moeten komen.

Een ander neveneffect van de dure woningen in de stad is, dat alleen mensen met een goed gevulde beurs daar een plek vinden. Zij die het met minder moeten doen trekken de provincie in. De dorpen groeien, de steden verliezen inwoners. Op zich is een verschuiving als dit een natuurlijk verschijnsel, maar als stadsbestuur moet je proberen het tegen te gaan. Het kan niet zo zijn dat alleen de happy few zich woonruimte in de stad kan toe-eigenen.

In wijken als De Wijerd, Selwert, Vinkhuizen en Corpus De Hoorn vind je veel sociale woningbouw. Helaas laat de kwaliteit van de huizen aldaar nogal eens te wensen over. De woningen zijn verouderd, het waterpeil is er te hoog waardoor schimmelvorming optreedt, en onlangs viel er zelfs een balkon van een woning af. Vernieuwing en verduurzaming in de sociale sector is daarom hard nodig. Als dat niet gaat, dan kan nieuwbouw de enige juiste optie zijn, mits dit niet ten koste gaat van het totale aanbod. Sterker nog: er zouden juist meer sociale huurwoningen gebouwd moeten worden.

Groningen is slecht in het nieuws geweest toen er lang niet genoeg woonruimte in de stad aanwezig bleek voor internationale studenten. Studenten werden op een boot gezet of moesten in tenten slapen! Nederlandse studenten blijven bovendien langer thuis wonen en gaan pas later op zoek naar woonruimte in de stad. Veel studentenkamers worden nu omgebouwd tot luxere studio’s. Die worden vervolgens verhuurd aan oudere studenten, of aan hen die net klaar zijn met de studie. Het gevolg laat zich raden: er zijn al te weinig kamers voor nieuwe studenten, dat worden er door deze werkwijze van de huisbazen alleen maar minder.

Tot slot: gezinnen trekken weg uit wijken als de Rivierenbuurt en de Schildersbuurt. Er zijn daar te veel studenten komen wonen, doordat huizen aan de reguliere woningmarkt zijn onttrokken. Studenten veroorzaken soms overlast bijv. door de plaatsing van enorme aantallen fietsen. 100% Groningen is altijd er voorstander van geweest om de verlening van onttrekkingsvergunningen minimaal af te geven, waardoor huisbazen zo weinig mogelijk woonruimte aan de markt konden onttrekken, en ze die niet aan studenten konden verhuren.

De woningmarkt overziend ziet 100% Groningen als oplossing dat er in Meerstad en het Suikerunieterrein woonwijken gebouwd moeten worden voor gezinnen. En in het algemeen moet het beleid erop gericht zijn dat er voldoende woonruimte beschikbaar komt voor de vele geledingen die de stad rijk is. Huisbazen moeten hierin hun verantwoordelijkheid nemen, de gemeente moet erop toe blijven zien (zoals bij de verstrekking van vergunningen), dat de diversiteit van de stad blijft gewaarborgd.

Marjet Woldhuis

Author Marjet Woldhuis

Meer artikelen van Marjet Woldhuis