Skip to main content

Het geld bedoeld voor de cultuurmakers, moet ook naar de makers

30 maart 2021 | ◴Leestijd: 3 minuten

De noodklok luidt momenteel voor de podia, nachtcultuur, kunstenaars, zzp’ers van Groningen. Juist nu is de tijd gekomen om deze sectoren vanuit de gemeente goed te ondersteunen. De begroting past niet bij deze tijd vanwege de al verschraalde sector. De verdeling is te veel gericht op de grote instellingen. Deze moeten we dringend aanpassen om cultuur en werkgelegenheid in deze sector te behouden. 

Het is precies een jaar geleden dat de coronapandemie het culturele leven grotendeels op slot zette. Een onverwachte wending in vele levens in onze maatschappij. Door het direct wegvallen van veel bedrijven, in de creatieve sector afgelopen jaar is er een grote groep ondernemers zwaar geraakt. Ook in de gemeente Groningen kraakt het bij de, vaak niet gesubsidieerde, cultuur momenteel hard.

Afgelopen week werd duidelijk dat verschillende belangrijke podia verdwijnen in de stad. De geliefde Benzinebar, het belangrijke zalencentrum Platformtheater, underground podium Lola en de historische bovenzaal van Huis de Beurs sloten definitief. Eerder waren veel meer bekende plekken zoals podium de Spieghel en Crowbar al gesloten. Het gevolg van een zeer minimaal beleid naar podia die buiten het culturele bestel vielen, maar toch een belangrijke bijdrage leverden aan het Groninger culturele klimaat.

Wij menen dat veel podia behouden hadden kunnen worden wanneer de gemeente eerder ander voorgesteld beleid had gevolgd om juist meer culturele podia te ondersteunen. Ook de eigen gemeentelijke regelgeving met betrekking tot podia en live muziek (welke nog uit 1995 stamt) heeft niet geholpen een beter cultureel klimaat te bewerkstelligen. Integendeel. Er sneuvelden in Groningen door de jaren tientallen culturele plekken.

Eerdere is al door soortgelijke begrotingen al veel aan diversiteit verloren gegaan. Dit moeten juist nu we nu zien te voorkomen.

100% Groningen wil geen eenheidsworst  maar staat juist diversiteit in de stad

We hebben als fractie de begroting nog eens goed bestudeerd en veel gesprekken gevoerd in het veld. We hebben goed gekeken bij de al gemeentelijk gesubsidieerde instellingen en gekeken naar de schil daaromheen. Verschillende instellingen, podia, clubs, trokken afgelopen jaar al meerdere keren, vaak tevergeefs bij de gemeente aan de bel. Er is voor deze grote groep Groningers in de “creative city” weinig tot geen steun.

Om niet nog meer culturele infrastructuur te verliezen zijn wij van mening dat er veel beter moet worden gekeken naar wat er nu speelt en hoe daarin ondersteunt kan worden. De begroting moet dan ook een heel ander karakter krijgen. Een karakter wat gericht is op een breder cultureel spectrum: de ZZPers, makers, festivals, clubs, podia, organisatoren, directe toeleverbedrijven en nachthoreca met podiumfunctie.

We moeten het samen doen. De grote partijen nu even minder, straks heel veel meer.

De culturele basisinfrastructuur van de gemeente ontving vorig jaar al een financiële injectie van 1.5 miljoen terwijl de grootste groep makers (60% volgens de gemeente) het zonder regelingen moest doen. Juist bij deze mensen is nu het vet van de botten.  Deze 3.6 miljoen uit Den Haag is bedoeld voor de “makers van cultuur”. Dat zijn álle makers natuurlijk. In deze begroting komen die te mager aan bod.

Begroting #fail

Vandaag wil de gemeente besluiten hoe de 3.6 miljoen rijksgeld moet worden verdeeld. De gekozen lijn van de gemeente is een overgroot deel van de gelden naar de eigen cultuurnota. Misschien was deze verdeling van het rijksgeld jaren geleden nog logisch. Op dit moment ziet de wereld er dermate anders uit dat andere keuzes gewenst zijn. We zijn tegen de ingediende begroting van het college, omdat de al goed ondersteunende infrastructuur van de gemeente, een niet realistisch deel van de gelden vraagt. Het effect van deze begroting is dat deze op korte en langere termijn verschraling en monocultuur in de hand gaat werken. Daarnaast proberen we met een motie af te dwingen dat de gelden niet meteen verdampen bij de toporganisaties, maar dat de héle cultuur een kans krijgt.